Welkom op de website van "Thijs van de Toren"  
Baken op eenzame hoogte


Het Paard van Marken dient al drie eeuwen als baken voor de scheepvaart op het Markermeer, maar staat ook als symbool voor het barre eilandleven in de tijd van de Zuiderzee. Het Paard trotseerde tientallen overstromingen en werd zelfs door het kruiende ijs van z’n fundament gelicht.

De coördinaten  52°27.6’ N5°08.4’E markeren het meest oostelijk gelegen stukje van het schiereiland Marken. Daar staat sinds 1710 een van de meest bekende vuurtorens van het IJsselmeergebied: “het Paard van Marken”. De bijnaam dateert uit de jaren 30 van de vorige eeuw, toen de contouren van het langgerekte woonhuis en de bijbehorende vuurtoren veel zeelieden aan een paard deden denken.

Het Paard van Marken vormt een onmisbaar baken voor binnenschippers op het Markermeer, maar geldt ook als een van de meest gefotografeerde gebouwen in het gebied. Een foto- of koffietafelboek over de voormalige Zuiderzee is niet compleet zonder één of meer foto’s van de vuurtoren. Vooral de winterse beelden – het Paard omring door ijsschotsen – zijn in het eilandbewustzijn gegrift.

De geschiedenis van het Paard van Marken gaat terug tot 1700. In dat jaar verrezen vlakbij Enkhuizen, Durgerdam en Marken de drie robuuste “Suyderzeese Vuurbakens”. De vuurtoren van Marken (die in 1839 overigens volledig werd herbouwd) zorgde ervoor dat schepen op weg van en naar Amsterdam veilig langs de westkust van de Zuiderzee konden varen en vormde een belangrijk oriëntatiepunt voor de Marker vloot – in de negentiende eeuw verdienden de meeste eilandbewoners de kost in de Oostindiëvaart en de walvisvaart.

Droge voeten

In tegenstelling tot de torens bij Enkhuizen en bij Durgerdam, die het licht van een olielamp met behulp van lenzen naar buiten richtten, was het Paard een vuurtoren in de meest letterlijke zin van het woord: het baken werd verlicht door middel van een kolenvuur. Een lichtstoker was dag en nacht in de weer om het vuur brandende te houden.

Hoewel er al jaren geen torenwachter meer is, is de vuurtoren nog altijd in functie en is het huis bewoond. De lichtbundel geeft onderbroken signaal aan passerende schepen: zes seconde helder licht afgewisseld door 2 seconden duister. De praktijk leert dat dit geen overbodige luxe is. De vuurtoren staat vlak naast de vaargeul en de ondiepe grond naast de geul vormt een aanzienlijk risico voor plezier- en beroepsvaart. De schipper van de Admiraal van Kinsbergen, een driemaster die in november 2003 op de strekdam naast het Paard vastliep, kan hierover meepraten.

Met een hoogte van 17,50 meter steekt het paard met kop en schouders boven de rest van het eiland uit. Toch is de vuurtoren niet het enige hoog gelegen gebouw op Marken. Om tijdens de vele overstromingen “droge voeten”te houden, werden gehuchten a;s Wittewerf, Rozenwerf en Moeniswerf op kunstmatig opgehoogde ‘werven’ gebouwd. Ondanks de noodmaatregelen liep het eiland een paar keer per jaar onder – bij hoogtij stond in sommige huizen het water tot aan de tafelrand.

IJsschotsen

Ook de vuurtorenwachter leverde een verbeten gevecht met de elementen. Bij hevige stormen en springtij liep het dijkje dat de vuurtoren met de rest van Marken verbond onder en was de vuurtorenwachter plotseling op een eilandje opgesloten. De winters waren nog Spartaanser.

In 1879 werd de bij de toren gebouwde woning door een metersdikke muur van kruiend ijs (de woning stond toen nog niet vast aan de toren, dat is later gekomen) verwoest. Ruim een eeuw later trotseerde de vuurtoren niet alleen aanzienlijke ijsmassa’s, maar kreeg het gebouw ook nog eens een invasie te verduren van Nederlandse en internationale persfotografen, die allemaal hetzelfde plaatje wilden schieten: het paard eenzaam baken in een zuidpoollandschap vol ijsschotsen.

De meest memorabele winter vond echter plaats in 1939. In dat jaar vormden op elkaar geperste ijsschotsen een immense ijsmassa, die met zoveel kracht tegen de oevers van het eiland wed geperst dat bij de vuurtoren een loodzware zwerfkei zes meter in de lucht werd geteld. Rond kerst kwam er zelfs een ijsschots door de ramen naar binnen en sloeg de vuurtoeren zover uit het lood dat de torenwachter en zijn bezin het gebouw ontvluchtte. Uiteindelijk bleek het pakijs de complete zuidkant van de toren te hebben opgetild.

Eilandgevoel

Het Paard geldt als een van de laatste overgebleven plaatsen op Marken waar je een echt eilandgevoel krijgt. De vuurtoren staat op een relatief afgelegen punt, ver buiten de platgereden paden, waar dagelijks busladingen  toeristen koers zetten naar het kijkhuisje van Sijtje Boes, poseren in een reuze klomp of rondwandelen tussen de groen huisjes op palen.

Wie naast of – nog beter – met zijn rug naar de vuurtoren staat, kijkt uit over een watervlakte die zelfs voor Nederlandse begrippen ongekend weids is. Aan de overkant, hemelbreed slechts 10 kilometer van Marken verwijderd maar voor het oog veel verder weg, liggen Almere en de Oostvaardersplassen. Bij mistig of bewolkt weer lijkt de vuurtoren bijna aan de rand van Nederland te staan. Slechts een onderbroken lichtstraat herinnert de bezoekers aan de nabijheid van de bewoonde wereld.